In de afgelopen decennia heeft de Nederlandse woningmarkt aanzienlijke veranderingen doorgemaakt. De vraag naar woningen overstijgt al jarenlang het aanbod, wat resulteert in sterk stijgende prijzen.
Volgens het CBS stegen de huizenprijzen in 2023 met 5,5% ten opzichte van het jaar daarvoor, ondanks een lichte afvlakking in de laatste maanden. Vooral in steden zoals Amsterdam, Utrecht en Rotterdam blijven de prijzen hoog, met gemiddelde verkoopprijzen die de €500.000 bereiken.
Volgens Watson+Holmes werden in 2022 in totaal ongeveer 196.000 woningen verkocht, een daling ten opzichte van de jaren daarvoor toen er nog ruim 210.000 woningen per jaar van eigenaar wisselden. De krapte op de markt wordt verder geïllustreerd door het aantal beschikbare koopwoningen: eind 2023 stonden er, volgens het CBS, landelijk slechts ongeveer 28.000 woningen te koop, vergeleken met 50.000 woningen in 2019. Deze schaarste drijft de prijzen op en maakt het moeilijk voor starters en mensen met een modaal inkomen om een huis te kopen.
De overheid heeft als doel gesteld jaarlijks 100.000 woningen bij te bouwen om de krapte op te vangen, maar in 2023 werden er slechts 73.000 woningen opgeleverd en de verwachting voor 2024 ligt nog lager door de aanhoudende problemen in de bouwsector. De grote vraag is dus: Hoe ziet de woningmarkt er in tot en met oktober 2024 uit? Op basis van de eerste 10 maanden is de voorzichtige conclusie dat de sombere verwachting waarheid wordt. Tot nu toe zijn er volgens Watson+Holmes ruim 31.000 nieuwbouwtransacties geweest (huur en koop).
Met behulp van de Watson+Holmes data maakt DWE Nieuwbouw Makelaars elke maand een update van de Nederlandse Woningmarkt. Hieronder vind je de stand van zaken tot en met oktober 2024.