20 meest gebruikte vastgoed begrippen uitgelegd

In de wereld van projectontwikkeling worden allerlei vastgoed begrippen en afkortingen gebruikt. Als projectontwikkelaar, vastgoed investeerder kan je verdwalen in het oerwoud van deze vastgoed begrippen. Om je hierin wegwijs te maken zijn de belangrijkste termen en afkorting hieronder toegelicht.

 

Anterieure overeenkomst

Dit is een grondexploitatie overeenkomst, die men sluit voor de vaststelling van een exploitatieplan. Hierin zijn de afspraken beschreven over bijvoorbeeld ontsluiting, inpassing, planning in relatie tot verkooppercentage van woningen en verrekening van kosten.

BENG

BENG staat voor Bijna Energieneutrale Gebouwen. Voor alle nieuwbouw, zowel woning- als utiliteitsbouw, geldt dat vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor BENG. Deze BENG-eisen verschillen per gebouwtype. Het rapport BENG voorbeeldconcepten woningbouw van het RVO geeft inzicht in hoe aan de BENG-eisen kan worden voldaan.

Bovenwijkse voorzieningen

De totale betekenis en Openbare nut van de bovenwijkse voorzieningen hebben een grotere reikwijdte. Dit gaat verder dan het specifieke nieuwbouwplan. De kosten voor deze voorzieningen kunnen dus niet volledig ten laste worden gebracht van een specifiek (nieuwbouw) vastgoed project. Het gaat bijvoorbeeld om hoofdwegen, rotondes, parkeerplaatsen en (fiets)tunnels.

Bruto vloeroppervlakte (BVO)

Het totale oppervlakte gemeten op vloerniveau, inclusief gevels, dragende wanden, vides etc is de bruto vloeroppervlakte. Een woningscheidende muur voor telt voor de helft mee bij het berekenen van de bruto vloeroppervlakte.

Collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO)

Collectief particulier opdrachtgeverschap is een vorm van sociale projectontwikkeling. Hierbij zijn de toekomstige bewoners dus gezamenlijk opdrachtgever van hun eigen nieuwbouw project.

Doelgroep verordening

Gemeenten kunnen in bestemmingsplannen expliciet sturen op de gewenste woningbouwcategorieën. Deze categorieën zijn: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen, particulier opdrachtgeverschap en tot slot geliberaliseerde woningen voor de middenhuur. In de doelgroep verordening staat de doelgroep omschreven voor de sociale huurwoningen en sociale koopwoningen.

Dynamic pricing

In het vastgoed staat dynamic pricing gelijk aan een hybride prijs(courtage)model. Bij dynamic pricing betaalt de opdrachtgever over de basisprijs van de koopwoning een vast percentage aan courtage. De meerwaarde die tijdens de verkoop wordt gerealiseerd, wordt volgens een bepaalde sleutel verdeeld. Het grote voordeel voor de eigenaar van de woning(en) is dat de makelaar gemotiveerd is het optimale resultaat te realiseren. Hij profiteert immers mee van de meeropbrengst.

Eengezinswoning (EGW)

Deze woning is bestemd voor de bewoning door één gezin. Dit gezin, bestaande uit één persoon of twee of meer personen, is al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden en leeft samen in één en dezelfde woning.

Gebruiksoppervlakte (GBO)

Gebruiksoppervlakte wordt ook wel afgekort met GO. Het GBO wordt bepaald volgens NEN 2580. De GBO is het totale vloeroppervlak tussen de omsluitende wanden van de gebruiksfunctie minus de vaste obstakels van enige omvang, zoals:

  • dragende binnenwanden;
  • schalmgat;
  • een trapgat;
  • liftschachten;
  • vloeroppervlakte met een hoogte lager dan 1,5 meter;
  • andere vrijstaande bouwconstructie.

In de vastgoedwereld is de prijs per vierkante meter op het gebruiksoppervlakte gebaseerd.

Gestapelde woning

In tegenstelling tot een grondgebonden woning, ligt bij een gestapelde woning de private toegang tot de wooneenheid niet op de gelijkvloerse verdieping. Via een centrale trappenhal, die uitkomt op een overloop of een galerij, heb je dus toegang tot je woning. Desalniettemin beschikken de bewoners hierbij wel mogelijk over een private binnenruimte of terras.

Grondgebonden woning

Een grondgebonden woning is rechtstreeks toegankelijk op straatniveau, waarbij één van de bouwlagen aansluit op het maaiveld. Dit in tegenstelling tot een gestapelde woning. Grondgebonden woningen hebben ook vaak een terras en-of tuin.

Institutionele beleggers

Zijn instellingen die door hun activiteiten de beschikking krijgen over gelden die ze moeten beleggen, onder andere in vastgoed. Voorbeelden hiervan zijn pensioenfondsen, zoals het ABP en verzekeringsmaatschappijen.

Krapte indicator

Geeft aan uit hoeveel huizen een koper kan kiezen. Stel dat de krapte-indicator voor een rijtjeshuis 2 bedraagt, dan heeft de koper hierbij de keuze uit 2 woningen.

Meergezinswoning (MGW)

Elke woning die samen met andere woonruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven een bedrijfsruimte, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.

Middenhuur

Dit zijn vrije sector woningen met een huurprijs tussen € 752 en € 1.005 per maand. Echter, deze bedragen kunnen per gemeente variëren. Middenhuur woningen zijn voor huishoudens die te veel verdienen voor een sociale huurwoning en te weinig voor een koopwoning.

Residuele grondwaarde

Deze residuele grondwaarde bereken je door de verwachte marktwaarde van het te realiseren vastgoed te verminderen met de verwachte stichtingskosten. De verwachte marktwaarde wordt hierbij bepaald op basis van referentiecijfers uit allerlei bronnen.

Sociale huurwoning

Dit zijn goedkopere huurwoningen voor mensen, die onvoldoende inkomen hebben om een woning te huren in de vrije sector. Om hiervoor in aanmerking te komen moet je als huurder aan bepaalde voorwaarden van woningcorporaties voldoen. Zij stellen bijvoorbeeld eisen aan inkomen en gezinsgrootte.

Sociale koopwoning

Hierbij geeft de overheid subsidie op koopwoningen. Betaalbare huizen komen zo ook binnen bereik van starters en gezinnen met lagere inkomens. Zo profiteert deze doelgroep ook van de voordelen van een koopwoning. Gemeenten kunnen met deze subsidie meer koopwoningen bouwen voor deze doelgroep.

Stichtingskosten

Onder stichtingskosten vallen alle kosten voor het oprichten (stichten) van een bouwproject. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de uitgaven voor de aankoop van de kavel, bouwkosten, advieskosten, leges, rentekosten en onvoorziene posten.

Tiny Houses

Tiny Houses zijn een nieuwe woonvorm. Het zijn kleine, volwaardige en vrijstaande woningen met een vloeroppervlakte van maximaal 50 vierkante meter. Hierbij is de ecologische voetafdruk zo klein mogelijk. Tiny Houses worden permanent bewoond en dus niet bedoeld als recreatiewoning.

Tot slot

Hopelijk helpt deze uitleg jou bij het begrijpen van deze vastgoed begrippen. Hoewel wij denken volledig te zijn geweest, kan jij nog andere vastgoed begrippen hebben die je omschreven wilt hebben. Aarzel niet en laat het ons via het contactformulier weten.